deze discussie nota kan bij u in een grote letter op het scherm komen, kiest u dan bij `beeld'
voor een kleiner lettertype.
-----
Pleidooi voor een volwassen
Kinderkunstuitleen
inleiding
- beeldende kunst voor kinderen
- de historische ontwikkeling van de kinderkunstuitleen
- knelpunten
- het kind als uitgangspunt
de kinderkunstuitleen
- een ideale opzet
- kinderkunstuitleen of junioren-afdeling?
- het belang van de kinderkunstuitleen voor kinderen
- het belang van de kinderkunstuitleen voor ouders e.a. volwassenen
- he‰t belang van de kinderkunstuitleen voor de uitleen
- het belang van de kinderkunstuitleen voor kunstenaars
kunst voor kinderen
- bestaat er kunst voor kinderen?
- wanneer is het kunst voor kinderen
- autonome kunst versus illustraties
nogmaals: wat is kunst voor kinderen?
inleiding:
beeldende kunst voor kinderen
Als men kinderen van een jaar of vijf het genoegen van het lezen wil bijbrengen, leest men dan
voor uit de nieuwe Mulisch? of kiest men voor een boek van Annie M.G. Schmidt?
Als men kinderen enthousiast wil maken voor de film, neemt men ze dan mee naar de prachtige
film "Dood in Venetië"? of wordt het toch maar "Abeltje"?
Als men kinderen enthousiast probeert te maken voor theater, wordt het dan een sublieme
uitvoering van "Wachten op Godot"? of liever "Alfred Jadocus Kwak" van Herman van Veen?
Als men kinderen enthousiast probeert te maken voor klassieke muziek, kiest men dan voor de
integrale Ring van Wagner? of wordt het"Peter en de Wolf"?
Binnen elke kunstvorm is het normaal dat er (ook) speciaal werk voor kinderen wordt ge
maakt, behalve op het gebied van de beeldende kunsten. Daar is het nog een braakliggend
terrein. Met de kinderkunstuitleen wordt getracht om binnen de doelstellingen van de kunstuit
leen, deze lacune op te vullen zodat mensen reeds op jonge leeftijd in contact kunnen komen
met, en kunnen genieten van, beeldende kunst.
De kinderkunstuitleen wordt zo een alternatief voor het grote aanbod van posters en andere
producten die de markt overstromen en waar bij het vervaardigen niet echt rekening wordt
gehouden met de ontwikkeling van de perceptie van beeldende kunst.
de historische ontwikkeling van de kinderkunstuitleen
De meeste kunsttentoonstellingen waren vaak saai voor kinderen, toch werden ze er regelmatig
door hun ouders mee naar toe genomen. Dat was ook het geval bij tentoonstellingen in de
Axelse boekhandel-galerie Bellemans. Gelukkig was er ook nog een grote kinderboekenafde
ling.
Het enthousiasme waarmee de kinderen daar naartoe vlogen, was een van de redenen om zo
ergens in 1982 te starten met speciale kunsttentoonstellingen voor kinderen. Ondanks het
probleem dat het erg moeilijk was om maandelijks een professionele kunstenaar te vinden met
voldoende voor kinderen aansprekend werk.
Het verzoek van kinderboekenschrijver Rindert Kromhout, om de tekeningen van Sylvia
Weve's uit zijn nieuwste boek tentoon te stellen, leidde tot de oplossing: kinderboekenillustra
toren zijn professionele kunstenaars die kwalitatief hoogstaand werk maken dat ook voor
kinderen goed toegankelijk is.
Toen er een paar jaar later, in 1985, gestart werd met een kunstuitleen en een kinderkunstuit
leen was er vanuit de vrije sector nog steeds weinig aanbod zodat de kinderkunstuitleen-begin-
voorraad vooral uit originele illustraties bestond.
Waarschijnlijk om dezelfde reden bestonden ook de beginvoorraden van de enkele jaren later
opgerichte kinderkunstuitlenen in Den Bosch, Groningen, Middelburg en Geleen, hoofdzake
lijk uit werk van kinderboekenillustratoren.
In de oudere kinderkunstuitlenen vinden we nog steeds veel werk van kinderboekenillustrato
ren terug, in de jongere kinderkunstuitlenen ontbreekt dit werk vaak volledig. Deels om
principiële en deels om financiële redenen is men in de eigen voorraden op zoek
gegaan naar werk dat voor kinderen geschikt is.
knelpunten
In 1993 schetste Femke Lockefeer in haar scriptie "Kinderen leren Kijken naar Kunst - 10 jaar
kinderkunstuitleen" (universiteit Utrecht 1993) de knelpunten zoals die er toen waren. Ze
noteerde vier soorten problemen: financiën, ruimtegebrek, bekendheid met en kennis &
ervaring over de kinderkunstuitleen. Voor een deel spelen diezelfde problemen nog steeds,
voornamelijk omdat het belang van de kinderkunstuitleen niet altijd door iedereen ten volle
wordt ingezien. Dit laatste komt omdat de kinderkunstuitleen, in vergelijking met de gewone
kunstuitleen, andere uitgangspunten kent. Dat verschil is van begin af aan aanwezig geweest.
De meeste kunstuitlenen zijn ontstaan vanuit een gezond marktgericht denken. Doordat
hedendaagse kunst vaak niet zo toegankelijk is, was destijds het aanbod veel groter dan de
vraag, iets dat nu nog steeds zo is. Men kan er dan voor kiezen om meer populaire, makkelijk
verkopende kunst te maken; of men kan er voor kiezen de kennismaking en aanschaf laag
drempelig te maken. Vanuit deze laatste optie is de kunstuitleen ontstaan en, alhoewel er een
en ander is veranderd, is deze gedachtengang voor de meeste kunstuitlenen nog steeds beleids
bepalend.
Zo streven de meeste kunstuitlenen ernaar om populaire kunst uit hun bestand te weren en om
kunst van hoog niveau aan te kopen. Bij de bemanning van de aankoop- of inhuurcommissies
worden er daarom vooral mensen geselecteerd die veel verstand hebben van kunst.
Richting volwassen publiek is dat ook een goede zaak, voor de kinderkunstuitleen ligt dit
evenwel anders.
het kind als uitgangspunt
De kinderkunstuitleen is ontstaan vanuit een publieksgericht denken. De klant/het kind staat
centraal, niet het kunstwerk. Voor een uitleen toendertijd, en eigenlijk vandaag de dag nog
steeds, vrij ongebruikelijk. Gebruikelijk is om uit te gaan van het kunstwerk en vervolgens uit
te zoeken hoe dit het best gepresenteerd kan worden naar het publiek. Een manier van werken
die afgeleid is van de museale aanpak. Bij de kinderkunstuitleen gaan we uit van het publiek en
vragen we ons af met welke werken we het kind helpen in zijn ontwikkeling om te leren
genieten van beeldende kunst.
Gaan we uit van het kind dan bemerken we dat kinderen niet alleen kunst op een andere manier
beleven dan volwassenen, maar dat er ook wezenlijke verschillen zijn in het kunstbeleven
tussen bijvoorbeeld kinderen van vijf en tien jaar.
Daar komt nog bij dat kinderen ook nog eerst gewoon moeten leren kijken, leren waarnemen
en interpreteren. Het bekijken van beeldende kunst heeft een positieve invloed op dat leerpro
ces, maar dan moet die kunst daar wel bij aansluiten en mag geen of zo weinig mogelijk
storende elementen bevatten.
In de praktijk blijkt dat er binnen het huidige aanbod veel te weinig kunst aan deze hoge
normen voldoet, het moet tenslotte gaan om kwalitatief hoogstaand werk. Afwachten tot er bij
toeval weer eens werk beschikbaar komt dat aan deze eisen voldoet is een mogelijkheid,
kunstenaars stimuleren om speciaal werk voor kinderen te maken is een andere mogelijkheid.
Dit laatste blijkt voor nogal wat medewerkers van de kunstuitlenen een stap te ver. Het idee is
dat kunst autonoom moet zijn en dat er geen kunst gemaakt wordt voor een doelgroep.
Vanuit dat idee kan er geen speciale kunst voor kinderen bestaan. We komen hier verderop
uitgebreid op terug omdat de discussie hierover voor het al of niet opzetten van een kinder
kunstuitleen eigenlijk minder belangrijk is.
De belangrijkste vraag is of de kunstuitleen het zijn taak vindt om vanuit zijn aanbod het
publiek van morgen te kweken. Is het voor het voortbestaan van de kunstuitleen belangrijk om
het publiek reeds zo jong mogelijk vertrouwd te maken met het verschijnsel "kunstuitleen"?
Dat is de meest fundamentele vraag die gesteld moet worden. Gezien het marktgericht denken
bij het ontstaan van de kunstuitleen, ligt het voor de hand dat de kinderkunstuitleen met open
armen ontvangen wordt.
In het volgende hoofdstuk wordt geschetst hoe een goede Kinderkunstuitleen opgebouwd kan
worden.
In het tweede hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de vraag waaraan kunst voor kinderen moet
voldoen en waarom.
de kinderkunstuitleen:
de ideale opzet:
De kinderkunstuitleen zou idealiter opgezet moeten worden rondom een viertal te onderschei
den leeftijdsgroepen, de leeftijden zijn indicatief:
a) de allerjongsten, tot een jaar of zes.
In deze leeftijd letten zij vooral veel op onderwerp, stijl en kleur. Ze kijken heel detaillistisch
maar hebben nog geen idee van wat "kunst" is en nemen alles mee wat hun voor de neus komt.
Belangrijk is dat het werk behoorlijk eenvoudig is en dat het ook een beetje een "feest
van herkenning" is. De voorraad dient daarom vooral te bestaan uit werk van kinderboekenil
lustratoren, aangevuld met voor deze leeftijd speciaal gemaakte kunst.
b) de kinderen in de leeftijd van zes tot en met acht jaar:
Voor deze groep al wat meer vrij werk, maar wel speciaal voor hen gemaakt en/of uitgezocht
zodat het goed bij hun leefwereld aansluit.
c) de kinderen in de leeftijd van negen tot en met elf jaar:
Steeds meer vrij werk en ook steeds minder werk dat typisch voor kinderen is. Deze groep
dient ook al minder individueel benaderd te worden. Belangrijk is om hier al te starten met
schoolprojecten zoals het aanbieden van kleine thematische tentoonstellingen. Voor tentoon
stellingen en projecten op school zijn originele illustraties uitermate geschikt. Ze geven allerlei
extra mogelijkheden, zoals het kunnen inhaken op bijvoorbeeld de kinderboekenweek, door de
school een illustrator te laten uitnodigen in plaats van een schrijver. Ook veel leerboeken zijn
ge‹llustreerd en dat biedt de mogelijkheid om vanuit de kinderkunstuitleen zelfs in te haken op
een vak als wiskunde.
d) de kinderen vanaf 12 jaar:
Zij komen niet zo snel meer met hun ouders mee en komen evenmin alleen: deze groep dient
vooral benaderd te worden via de scholen, bij voorkeur in combinatie met educatieve- en
kunstprojecten.
Kinderen en docenten intensief betrekken bij de selectie van het werk, dit mede om in te
kunnen haken op actuele op school behandelde thema's. Ook voor deze groep speelt weer dat
kinderboekenillustraties veel mogelijkheden geven.
kinderkunstuitleen of junioren-afdeling?
De kinderkunstuitleen moet gezien moet worden als de poort naar de gehele uitleen. De
afdeling moet bijvoorkeur niet ergens achteraan gesitueerd worden, bij het binnenkomen moet
je hem eigenlijk al direct zien. Speciale borden zijn wel leuk, maar zouden eigenlijk niet nodig
moeten zijn omdat men aan de voorraad kan zien dat het gaat om de kinderafdeling.
Hier en daar zijn er bezwaren tegen het woord "Kinderkunstuitleen" omdat het niet gaat om
kunst van kinderen. Vandaar dat sommige uitlenen een "Junioren-afdeling" hebben. Het meest
logische is om bij de afdeling voor de jonge kinderen een bord met "Kinderkunstuitleen" te
hangen en bij de afdeling voor de wat oudere kinderen het bord "Junioren-afdeling".
Wanneer men zowel kunst van kinderen als kunst aan kinderen uitleent, kan men ook nog een
onderscheid maken tussen de "Kinder-Kunstuitleen" en de "Kinderkunst-Uitleen".
In een bibliotheek mogen volwassenen kinderboeken lenen maar kinderen geen boeken voor
volwassenen. In een kunstuitleen hoort dat precies omgedraaid te zijn: kinderen mogen ook
werk lenen uit de voorraad voor de volwassenen maar volwassenen mogen geen werk lenen
(wel kopen) uit de kinderkunstuitleen.
Vanuit de gedachte dat men via de kinderkunstuitleen het publiek voor morgen kweekt dient
het abonnementsgeld, zeker voor heel jonge kinderen, zo laag mogelijk gehouden te worden.
Dat geldt ook voor de huurvergoeding. Naarmate kinderen ouder worden en meer werk halen
uit de gewone uitleen, kan de huurvergoeding mee omhoog.
Het goed opbouwen van een kinderkunstuitleen is geen eenvoudige taak, ook al laten we het
financiële aspect en het feit dat veel kunstuitlenen met een grote voorraad opgeslagen
werk zitten, buiten beschouwing. Net als de gewone uitleen zal de kinderkunstuitleen moeten
groeien.
Er is wel een groot verschil: het publiek van de gewone uitleen is in vergelijking met dat van de
kinderkunstuitleen veel stabieler en makkelijker te leren kennen. Wie met kinderen werkt, weet
dat dit een veel moeilijkere groep is. Op een paar jaar tijd verandert er steeds zo vreselijk veel.
Voor de beheerders van de kinderkunstuitleen is dat een lastige zaak. Het kan een paar jaar
heel leuk gaan en dan ineens is er geen belangstelling meer of blijkt de selectie in het geheel
niet meer aan te sluiten bij de interesse van kinderen.
Het beheren van de kinderkunstuitleen is dan ook niet iets om er "eventjes bij te doen", binnen
de kunstuitleen vereist het de meeste bekwaamheid en het is van belang dat de beheerder bij
alle activitieten vanuit de kinderkunstuitleen betrokken is.
Het is zoals met alle dingen: een goed begin is het halve werk.
het belang van de kinderkunstuitleen voor kinderen
Misschien wel de belangrijkste reden voor de opzet van een kinderkunstuitleen is dat kinderen
het op prijs stellen dat er een speciale afdeling voor hen is. Kinderen zijn erg zelfbewust:
willen iets dat voor hen is. Een aparte afdeling geeft aan dat ze serieus genomen worden en dat
je hen niet ziet als een aanhangsel of kleinere uitvoering van de ouders.
het belang van de kinderkunstuitleen voor ouders en andere volwassenen
Naar kinderen toe moet je dingen benoemen, kinderen willen graag weten waarom iets leuk is
of niet. Kinderen hebben veel vragen over het kunstwerk dat ze uitzoeken en het is dan
belangrijk dat de ouders daarop kunnen reageren. Het geselecteerde werk in de kinderkunstuit
leen is niet alleen goed toegankelijk voor kinderen maar ook voor de ouders, dat maakt het
reageren op de vragen eenvoudiger.
Dat geldt zeker voor illustraties uit boeken die bekend zijn bij het kind. Het zien van originele
illustraties maakt ook dat ouders bij het voorlezen of uitzoeken van kinderboeken meer gaan
letten op de illustraties.
De reacties van de ouders zijn ook belangrijk om de selectie te toetsen. Het standaard stand
punt is namelijk "Als ik het leuk vind is het leuk voor mijn kinderen".
het belang van de kinderkunstuitleen voor de uitleen
In het algemeen wordt er door de ouders (vooral die van jonge kinderen) enthousiast gerea
geerd op de kinderkunstuitleen. Dat geldt ook voor de scholen in de buurt en voor bijvoor
beeld (educatieve diensten van) musea en bibliotheken.
Uiteraard is het kweken van toekomstige bezoekers een heel belangrijke zaak.
Vanuit de kinderkunstuitleen is het goed samen te werken met allerlei instellingen, dat bevor
dert de bekendheid van de kunstuitleen behoorlijk. Door samenwerking staat men ook organi
satorisch sterker en ontstaat er vaak een interessant netwerk.
Door dit soort samenwerkingen verstevigt men de positie van de uitleen en het levert ook nog
veel free-publicity op.
het belang van de kinderkunstuitleen voor kunstenaars
Momenteel komt het nog wel eens voor dat een kunstenaar er problemen mee heeft dat zijn
werk in de kinderkunstuitleen terecht komt. Dat kan om principiële redenen zijn maar
ook omdat de kinderkunstuitleen als iets minderwaardigs wordt beschouwd.
Het zien dat kinderen een eigen smaak, fantasiewereld en humor hebben, en dat zij enorm
kunnen genieten van werk dat daarbij aansluit, kan heel stimulerend werken voor kunstenaars.
Dat is ook het geval wanneer kunstenaars zien dat kinderen heel anders dan volwassenen
reageren op dezelfde kunst. Die reacties kunnen prachtig zijn, zo inspirerend dat ze bij het
maken van kunst daarop al proberen in te spelen.
kunst voor kinderen:
bestaat er beeldende kunst voor kinderen?
Hierover lopen de meningen behoorlijk uiteen.
Ook het gedrag van zowel kinderen als volwassenen maakt het er in eerste instantie niet
eenvoudiger op: kinderen blijken net zo graag te kiezen uit het aanbod van de volwassenen als
uit het speciaal voor hen geselecteerde aanbod. Andersom gebeurt precies hetzelfde: volwasse
nen willen ook graag werk lenen uit het aanbod voor kinderen.
Dit gedrag leidde voor een enkele kinderkunstuitleen tot de conclusie dat het onzin is om een
speciale selectie voor kinderen te maken. Dat zou ook te bevoogdend zijn.
Jammer, want dingen zijn niet altijd zoals ze lijken.
Vooruitlopende op wat volgt de opmerking dat de aantrekkingskracht van de kinderkunstuit
leenselectie op volwassenen niet zo vreemd is, omdat de minder ervaren volwassene eenzelfde
voorkeur en afkeer aanlegt als kinderen. Dat kinderen graag uit het aanbod van de volwassenen
kiezen heeft allerlei redenen. Een kind is een individu met een eigen smaak en daar valt niet
altijd iets zinnigs over te zeggen. Daarnaast is het voor een kind ook leuk en uitdagend om iets
uit de selectie voor de volwassenen te kiezen. Het kind kan op die manier laten zien dat het al
aan een en ander toe is.
En over dat bevoogdend zijn....dat is nu eenmaal een wezenlijk aspect van het werken met
kinderen: of je wilt of niet, je bent altijd opvoedend en bevoogdend bezig. Het is zoals Sartre
het zei: ook al kies je niet dan kies je toch om niet te kiezen.
De vraag of er specifieke kunst voor kinderen bestaat, kan men het best door de kinderen zelf
laten beantwoorden. We gaan even voorbij aan het verschil tussen autonome en toegepaste
kunst, verderop komen we daar nog uitgebreid op terug, en we nemen een kunstwerk van Dick
Bruna als voorbeeld. Hier en daar wordt er wel denigrerend over zijn simpele tekeningen
gedaan, maar Bruna is tenslotte een van de weinige Nederlandse kunstenaars die een so
lo-tentoonstelling kreeg in het Centre Pompidou te Parijs. We mogen dan toch wel stellen dat
het werk van Bruna internationaal een behoorlijke reputatie geniet.
We vragen aan een kind van een jaar of tien of het een kunstwerk van Dick Bruna wil lenen. In
negen van de tien gevallen zal het kind negatief reageren en wel omdat het zichzelf te oud vind
voor dat werk.
Op een bepaald moment willen kinderen sommige kunstwerken niet meer lenen omdat ze
vinden dat ze dat werk qua smaak of intellectueel ontgroeid zijn. Met name dit laatste, dat ze
een werk inhoudelijk te simpel vinden, biedt het kind de mogelijk om voor zichzelf vast te
stellen dat het zich ontwikkeld heeft. Een aanbod van alleen kunst voor volwassenen zal
intellectueel altijd een (veel) te hoog niveau voor kinderen hebben. Dat kan op termijn heel
frustrerend werken.
Ook voor de esthtetische ontwikkeling van het kind is het van groot belang dat er kunst is die
aansluit bij de belevingswereld van het kind. Ik wil hierbij verwijzen naar de stelling van
filosoof Jos de Mul (Grondslagen van de esthetische opvoeding), dat de ontwikkeling van het
esthetische niet exclusief in in het subject of in het object wordt gelegd, maar in de dialoog
tussen kunstwerk en toeschouwer. Naar mijn mening begint die dialoog bij de maker van het
kunstwerk, die richt zich tot de toeschouwer en als dat kinderen zijn hoort die zich tot kinde
ren te richten.
Vandaar dat de vraag ook beantwoord kan worden door haar om te draaien: bestaat er kunst
die niet geschikt is voor kinderen? Daarbij hoef je niet eens aan het oeuvre van Jef Koons te
denken, want dat is qua niveau en uitermate geschikt voor kinderen.
In eerste instantie heeft men de neiging te denken dat in principe alle beeldende kunst geschikt
is om uit te lenen of te verklaren aan kinderen, maar dat is niet zo. Het idee dat alle kunst te
verklaren is naar kinderen is tamelijk absurd. In extremo zou je kunnen stellen dat men daar
mee de kunstwerken aan het infantiliseren is. Sommige conceptuele kunst is niet uit te leggen
aan
kinderen van bijvoorbeeld vijf jaar, eenvoudig weg omdat het concept te ingewikkeld is.
Aangezien de vorm ook de inhoud weergeeft kun je ook de vorm niet duiden. Uiteraard kun je
bij alles een verhaaltje verzinnen, maar eigenlijk ben je dan niet meer dat kunstwerk naar het
kind toe aan het verklaren. Voor de kunstuitleen moeten we ook bedenken dat sommige
kunstwerken in de eenzaamheid van de kinderkamer zodanig op het kind kunnen inwerken,
dat het er nachtmerries van krijgt. Dat is ook wel eens voorgekomen. Een kunstwerk hangende
tussen al die anderen is een stuk minder bedreigend dan wanneer dat thuis tegen een verder
kale muur hangt.
Ook is niet elke kunstwerk bestand tegen kinderhandjes, bij kwetsbare werken hoort er eerst
overleg gevoerd te worden met de kunstenaar.
We mogen dus concluderen dat er enerzijds kunst is die niet geschikt is voor op kinderkamer
en anderzijds dat er kunst is waarvan kinderen zelf vinden dat ze er te oud voor zijn. Kortom er
kan wel degelijk geselecteerd worden.
wanneer is het kunst voor kinderen?
De vraag "wat is nu kunst voor kinderen?" is niet eenduidig te beantwoorden. Belangrijk
kenmerk is in ieder geval de hoge kwaliteit en de grote mate van toegankelijkheid.
Ook hier kunnen we bij het beantwoorden van de vraag makkelijker uitgaan van de behoefte
van het kind dan van de kunst zelf.
Heel veel onderzoek is hier nog niet naar gedaan. In haar scriptie (Kinderen leren Kijken naar
Kunst) heeft Femke Lockefeer toch wel een aantal interessante bevindingen gedaan, die in
combinatie met de ervaringen uit de Kinderkunstuitleen, een goede indicatie geven hoe kinde
ren kunst beleven.
Het is pas vanaf de veertiger jaren dat men rekening ging houden met de voorkeuren van
kinderen. Tot dan toe werd ten behoeve van het kunstonderwijs de selectie bepaald door wat
volwassenen voor zichzelf interessant vonden.
Uit latere onderzoeken is gebleken dat kinderen heel anders dan volwassenen naar kunst
kijken. Op jonge leeftijd letten zij vooral op onderwerp, kleur en stijl. Naarmate ze ouder
worden speelt kleur een steeds minder belangrijke rol en vanaf een jaar of negen begint het
esthetisch gevoel een steeds grotere invloed te krijgen.
Belangrijk voor de perceptie van het kind is dat de onderwerpen uit de leefwereld van het kind
moeten komen en dat jonge kinderen vanuit het detail begrijpen. Ieder detail valt op en het
kind wil alles weten. Frappant is ook dat stijl voor kinderen zo belangrijk is (Hardiman, 1977:
Influence of style), ook voor jonge kinderen.
Interessant is ook het onderzoek van Paul Machotka (1960) waaruit bleek dat die voorkeuren
van kinderen voor onderwerp & stijl niet cultureel bepaald zijn. Belangrijk was wel de ontwik
keling in het waarnemen en de bekwaamheid in het opnemen van informatie.
Zoals ook uit de praktijk blijkt hebben jongens een andere voorkeur dan meisjes. De eerste
groep kiest eerder werk met afbeeldingen van vliegtuigen en auto's en de tweede heeft een
voorkeur voor bijvoorbeeld paarden. Dat is een belangrijk gegeven, wie daar geen rekening
mee wil houden is ook bevoogdend bezig, maar dan op een negatieve manier.
Bovengenoemde bevindingen verklaren ook bepaald gedrag van kinderen bij het zien van
beeldende kunst. Kinderen zijn veel directer in hun oordeel, ze vinden een kunstwerk goed of
niet goed. Iemand die gewend is om naar kunst te kijken heeft meestal een meer genuanceerder
oordeel..
Dit verschil in reageren heeft niet zozeer te maken met het "spontane" van kinderen, maar
meer met het vermogen om een kunstwerk te beleven. De kijker moet leren waarnemen en
leren om die waarnemingen te verwerken. Een kunstwerk bestaat uit vele lagen en biedt allerlei
mogelijke aanknopingspunten. Kinderen en leken moeten nog leren kijken, ze hebben slechts
een beperkt aantal mogelijkheden van waaruit ze een kunstwerk kunnen beleven: het onder
werp (en dat moet dan nog bij hun belevingswereld aansluiten) en de stijl (die kun je ook alleen
herkennen als je die al meer gezien hebt). Het is dan ook logisch dat kinderen sneller klaar zijn
met het vormen van een oordeel. Een ervaren kijker zal het kunstwerk op al zijn merites willen
beoordelen en dat neemt veel meer tijd in beslag.
Het verklaart ook het verschil tussen de waardering van kinderen en die van een deskundige
jury, zoals in de kinderboekenwereld elk jaar vast te stellen is bij de toekenningen van de
Penselen en Griffels en de bekroningen door de Kinderjury. Beide meningen zijn even waarde
vol.
Hoe meer we weten over de manier waarop kinderen beeldende kunst verwerken, hoe beter we
kunnen komen tot een goed aanbod.
De collectie moet zodanig zijn samengesteld dat de ontwikkeling van de kinderen stapsgewijs
kan gaan. Hoe groot en hoe snel ze die stappen nemen zal van kind tot kind wisselend
zijn.
De selectie zal niet eenvoudig zijn. Het is net als met de beoordeling of kunst kwaliteit heeft of
niet, je hebt sublieme kunst en je hebt rotzooi en daartussenin zit een enorm grijs gebied. Bij
het selecteren van kunst voor kinderen speelt hetzelfde probleem. Je hebt natuurdocumentaires
voor volwassenen en je hebt er voor kinderen. Ook al wordt er geen woord in gezegd en wordt
er op dezelfde locatie gefilmd, dan nog blijft er een verschil bestaan. Zo kan een volwassene
lange tijd genietend kijken naar beelden die bijna niet veranderen terwijl een kind zich na enkele
minuten al gaat vervelen. Het kind heeft dan ook minder om naar te kijken dan de volwassene.
De kinderkunstuitleen is niet iets dat men er zomaar bij kan doen. Het is van groot belang de
reacties van de kinderen en hun ouders op het aanbod te kunnen zien.
Het is ook van belang om betrokken te zijn en te blijven bij de projecten die, in samenwerking
met scholen en kunstenaars, worden opgezet vanuit de kinderkunstuitleen.
Omdat er bij het inhuren ook rekening dient gehouden te worden met deze projecten is het
evident dat het de beheerder van de kinderkunstuitleen is die nieuw werk moet aankopen of
inhuren.
Ook bij het inhuren van werk voor de kinderkunstuitleen verwerft men bij voorkeur werk van
professionele kunstenaars. Dit om allerlei redenen, onder meer omdat er continu‹teit hoort te
zijn in het aanleveren van werk met een hoge kwaliteit. Professionele beeldende kunstenaars
moeten in hun levensonderhoud kunnen voorzien en dat heeft gevolgen voor de prijzen.
Wanneer de kunstuitleen het gebruikelijke huurpercentage hanteert kan dat problemen geven
aangezien kinderen vaak minder te besteden hebben. Sommige kinderkunstuitlenen kiezen dan
voor de oplossing het kind alleen maar werk uit te laten kiezen tot een bepaalde waarde. Dat is
jammer want dat beetje verschil in inkomsten, als er eens een duurder werk wordt gehuurd,
staat tegen over het prinicipe dat een kind elk kunstwerk mag lenen.
autonome kunst versus illustraties
Er wordt meestal onderscheid gemaakt tussen autonome en toegepaste kunst. Illustraties vallen
onder de toegepaste kunst maar worden, dat erkent wel iedereen, speciaal voor kinderen
gemaakt. Autonome, vrije beeldende kunst wordt niet gemaakt voor een doelgroep en vanuit
die
gedachtengang bestaat er dus geen speciale autonome kunst voor kinderen.
autonome kunst
Autonome beeldende kunst wordt zo wel heel idealistisch en tamelijk wereldvreemd geschetst,
want in de praktijk is het met die vrijheid om te scheppen tamelijk droevig gesteld.
Beeldende kunstenaars staan vaak onder grote druk omdat ze nog een boel werk moeten
maken voor een opdracht of een komende tentoonstelling. Werk dat toch zal moeten beant
woorden aan de verwachtingen van het museum of de galerie. Karel Appel die een pen beschil
dert voor de ABN....
Kunst wordt niet gemaakt voor een bepaalde doelgroep, maar wel vanuit een bepaalde achter
grond, cultuur en instelling. Het gevolg daarvan is dat met name mensen vanuit eenzelfde
achtergrond, cultuur en instelling die kunst zullen kunnen beleven en waarderen. Het werk
wordt dan wel niet gemaakt voor een bepaalde doelgroep, maar soms ontkom je er niet
aan.
Wat is autonome kunst? Kan kunst die gemaakt wordt om verhandeld te worden wel als
autonoom beschouwd worden? Of is het ook toegepaste kunst?
Mijn vader, Frans Bellemans, was "autonoom" beeldend kunstenaar en wilde geen consessies
doen. De consequentie was dat hij weinig verkocht. Omdat er toch eten op tafel diende
te komen, is hij in een fabriek gaan werken. Veel tijd om te schilderen bleef er
vervolgens niet meer over. Mijn broer, ook beeldend kunstenaar, heeft er veel van geleerd en
maakt bijna uitsluitend werk in opdracht.
Het verschil tussen hen beide was (mijn vader leeft niet meer) dat de ene gebonden was door
de markt (mijn broer) en de ander door de mogelijkheden (mijn vader), van werkelijke autono
mie was er bij geen van beide sprake. Sinds mijn geboorte heb ik met kunstenaars te
maken, en eigenlijk ben ik alleen in gesprekken `autonoom-werkende' kunstenaars tegengeko
men.
Autonome kunst of niet, op zich een uiterst interessant onderwerp voor een discussie, voor de
kinderkunstuitleen is die vraag minder relevant.
Voor de kinderkunstuitleen denken we niet vanuit het kunstwerk maar vanuit het kind en zijn
behoeften. Wat de motivatie en inspiratie van de kunstenaar is geweest doet dan niet ter zake.
Of die kunstenaar nu geïnspireerd is door een omgeving, een gevoel of de tekst van een
kinderboek.... dat doet er niet toe. Het enige dat telt is het kunstwerk, heeft dat kwaliteit en is
het geschikt voor kinderen?
Iemand kan wel beeldende kunst voor kinderen willen maken, maar of het kunst voor kinderen
is geworden, wordt niet door de kunstenaar bepaald. Lang niet iedereen heeft voldoende
capaciteiten om voor kinderen kunst te maken. Het kunstwerk moet wel voor kinderen ge
schikt zijn, maar het mag beslist niet kinderachtig zijn.
illustraties
Veel van de jongere kinderkunstuitlenen hebben geen originele kinderboekenillustraties in hun
collectie en dat is zonder meer jammer.
Illustraties zijn allang geen "tekeningetjes bij de tekst meer". Niet alleen leveren veel hier
wonen de en werkende kinderboekenillustratoren, net als de kinderboekenschrijvers, werk van
een buitengewoon hoog niveau, het komt ook regelmatig voor dat er eerst de tekeningen zijn
en dan pas de tekst. Wanneer iemand grafisch werk maakt en een ander schrijft er tekst bij
waarna het in boekvorm wordt uitgegeven, zijn het dan nog illustraties? Of gaat het dan om
autonoom grafisch werk? Een typisch voorbeeld hiervan zijn de boekjes gemaakt door Friso
Henstra en Max Dendermonde. Voor het ene boekje ging Max uit van het vrije werk van Friso,
voor het andere boekje maakte Friso tekeningen bij tekst van Max. Is Friso in het ene geval vrij
kunstenaar en in het andere illustrator? Aan de boekjes kan men het verschil niet zien.
De illustratie zit waarschijnlijk het dichtst tegen de autonome beeldende kunst aan. Het goed
kunnen tekenen wordt beschouwd als een basisvaardigheid waarover een beeldend kunstenaar
moet beschikken. De stap van tekening naar illustraties is snel gezet. Vandaar waarschijnlijk
dat veel beeldende kunstenaars illustratief werk hebben gemaakt.
Tenslotte komen zowel de illustratie als het autonome werk voort uit dezelfde moeder: de
verhalende rotstekeningen. Vanuit die verhalende tekeningen is het schrift ontstaan, het schrift
dat deels tekening is gebleven en deels geabstraheerd is geworden tot tekst. Naarmate de
letters geabstraheerder werden kwam er meer behoefte aan illustratieve ondersteuning van de
tekst.
Interessant is dat bijvoorbeeld in China het schrift nog steeds als autonome kunstvorm wordt
gezien. Chinese kalligrafie is meestal niet te lezen, het is ook niet bedoeld om te lezen.
Met de komst van de drukkunst verdween in Europa de illustratie om druktechnische redenen
even naar de zijlijn, tot nieuwe drukmethoden het mogelijk maakten om gebruik te maken van
alle bestaande grafische en andere technieken. Voor het boek "Honderd jaar geleden" maakte
Fiel van der Veen bijvoorbeeld olieverfschilderijen die niet te onderscheiden zijn van ander
'autonoom' werk.
Was het beeld in de vorige eeuw nog puur illustratief, zo rond de vijftiger jaren kreeg het
echter een aan de tekst evenwaardige plaats.
Vandaag de dag is de illustratie vaak net zo autonoom als het vrije werk. Het verschil is dat
illustraties in boeken staan en dat die in grote oplagen gedrukt worden, maar als dat een
criterium is dan moeten we Picasso ook illustrator noemen. Verhoudingsgewijs zien veel meer
mensen zijn werk in drukvorm dan in de originele uitvoering.
Nog los van de discussie over autonome en toegepaste kunst kan men de vraag stellen of het
kunnen verwerken van beeldende informatie beter gaat wanneer deze gerelateerd is aan tekst.
Recentelijk bleek dat kinderen die veel beeldverhalen lazen ook een beter taalbegrip hadden
ontwikkeld. Er is ook een grote correlatie (rond de 80%) tussen mensen die lezen en mensen
die geïnteresseerd zijn in beeldende kunst.
Wanneer een kind leert lezen wordt er veel en intensief gebruik gemaakt van beeldmateriaal,
omdat dan het leren van de geschreven taal veel beter gaat. In die fase gebruikt het kind de
illustraties om te controleren of het de tekst goed heeft begrepen. Er wordt nog weinig aan
dacht aan geschonken (de vraag is meestal of het kind kan lezen en niet of het het plaatje goed
bekijkt), maar andersom werkt dat ook.
Zeker voor jonge kinderen blijken illustraties uit kinderboeken naadloos aan te sluiten bij de
manier waarop zij leren naar beeldende kunst te kijken. Illustraties horen bij verhalen die ze
kennen en ze herkennen ook de stijl. Werk uit de voorraad ven de kinderkunstuitleen in diezelf
de stijl zullen ze eveneens herkennen. Dat maakt het werk dan ook heel toegankelijk voor
kinderen.
nogmaals: wat is kunst voor kinderen?
Naast de theoretische beschouwing over wat nu kunst voor kinderen is, is er ook een prakti
sche. In 2000 start het project: